Om deze website te kunnen gebruiken dient u Javascript in te schakelen.

Bone conduction device

Bone conduction device bij kinderen

Wij noemen het botverankerd hoortoestel ook BCD. Dit is de afkorting voor Bone Conduction Device. Dit is de officiële benaming, die ook door de KNO-artsen gebruikt wordt.

Het gehoor

Oren verwerken geluid op twee manieren, namelijk via de lucht (luchtgeleiding) en via het bot (beengeleiding) (zie figuur 1).
Met een gehoortest kunnen wij de ernst en het soort gehoorverlies bepalen en kunnen wij een passend hoortoestel voor het gehoor van uw kind uitkiezen.

Gewone hoortoestellen maken gebruik van luchtgeleiding. Het hoortoestel vangt geluid op via een microfoon, versterkt dit en geeft het door via een luidspreker aan de lucht in de gehoorgang en zo naar het trommelvlies. Het trommelvlies geeft dit geluid door aan de gehoorbeentjes (de hamer, het aambeeld en de stijgbeugel) en zij geven het geluid door aan het slakkenhuis. In het slakkenhuis wordt het geluid via de gehoorzenuw doorgegeven aan de hersenen.

De tweede manier waarop men kan horen, is via beengeleiding. Bij deze manier van horen wordt het geluid via het bot rechtstreeks doorgegeven aan het slakkenhuis. De gehoorgang, het trommelvlies en de gehoorbeentjes worden overgeslagen.

luchtgeleiding, beengeleiding
figuur 1: Luchtgeleiding, beengeleiding

Een BCD bestaat uit drie onderdelen (zie figuur 2):

  • Het implantaat
  • Het koppelstuk (abutment)
  • Het hoortoestel zelf
Er zijn twee fabrikanten van BCD’s, Cochlear en Oticon Medical
  1. Cochlear was de eerste fabrikant van BCDs. De term ‘bone anchored hearing aid’ (BAHA®) is een merknaam van Cochlear.
  2. Oticon Medical maakt al tientallen jaren hoortoestellen en sinds 2009 ook BCDs.

Een BCD op een implantaat in het bot

Het implantaat en koppelstuk vormen een geheel. Het implantaat zit vast in de schedel en het koppelstuk komt door de huid naar buiten.

Figuur 3 laat u zien hoe de BCD werkt.

  • Op het koppelstuk kan het hoortoestel worden vastgeklikt.
    De BCD vangt geluid op, versterkt het geluid en zet dit om in trillingen (zie punt 1).
  • Deze trillingen worden aan het implantaat doorgegeven via het koppelstuk (zie punt 2).
  • Het implantaat laat het bot vervolgens trillen (zie punt 3). Het slakkenhuis zit in het bot (rotsbeen). De geluidstrillingen komen zo dus aan bij het slakkenhuis.

De problemen in de gehoorgang, aan het trommelvlies en/of aan de middenoorbeentjes worden op die manier omzeild.

Figuur 2. opbouw van een BCD
figuur 2: Opbouw BCD
Figuur 3. Werking BCD KNO audiologisch centrum MUMC
figuur 3: Werking van een BCD

 Een BCD op softband

De BCD kan ook op een softband (zie figuur 4) gedragen worden.  Dit is een zacht bandje waarop de BCD geklikt kan worden. De softband wordt op het hoofd gedragen, zoals een zweetband. De softband moet voldoende strak op het hoofd zitten. Het plaatje waarop de BCD geklikt zit, moet drukken tegen het bot. Alleen dan kan het geluid via de BCD aan het bot doorgegeven worden en kan uw kind hiermee horen.

 

 

Een BCD op softband
figuur 4: Een BCD op softband

Contact

  • In onderstaande folders vindt u meer gedetailleerd informatie over het selectietraject, de operatie en het revalidatietraject.
  1. Bone Conduction Device, selectietraject
  2. Bone Conduction Device, operatie en controles
  3. Bone Condution Device, vervolgtraject na de eindcontrole

Als u na het lezen van deze informatie nog vragen hebt, neem dan contact met ons op.

                       Polikliniek KNO tel: 043-387 54 00               

                       E-mailadres: bcd.kno@mumc.nl

Websites

Sluit de enquête